Skip to main content
Statement Opiniestuk

Overbevissing stopt alleen als landen gaan samenwerken. De EU moet daarom snel zorgen voor strenger beleid en steviger toezicht, schrijven Hidde van Kersen en Esther Luiten. 

Hoe tendentieus en slecht onderbouwd Seaspiracy ook was, de film heeft wel veel consumenten getriggerd om vragen te stellen over de eigen visconsumptie. En dat is goed, want de gemiddelde visliefhebber is zich weinig bewust van de herkomst van het stukje vis op zijn bord. Er wordt bovendien elk jaar meer vis gegeten, dus dat bewustzijn mag groeien. 

Afgelopen week riep een grote groep wetenschappelijke instituten – onder leiding van universiteit Harvard – op tot een ‘blauwe revolutie’. Zij stellen dat door klimaatverandering de druk op visbestanden alsmaar groter wordt: niet alleen door de opwarming van de oceaan, maar ook omdat de visconsumptie stijgt. De CO2-voetafdruk van vis is immers veel lager dan die van vlees, waardoor klimaatbewuste mensen steeds vaker vis als alternatief kiezen. 

Blauwe revolutie 

De wetenschappers roepen met hun blauwe revolutie vooral politici op om beter beleid te maken, en terecht. Met zoveel druk op de levering van vis moet er meer gebeuren om lege oceanen te voorkomen. We zien jaar in jaar uit meer bedreiging voor onderwaternatuur, en het aandeel duurzame vis neemt maar langzaam toe. 

Ongeveer een derde van de wereldbevolking is afhankelijk van vis voor de dagelijkse dierlijke eiwitten. Bovendien blijft door groei van de wereldbevolking deze consumptie toenemen. Van ruim 60 miljoen ton in 1970, louter uit wilde vangst, naar circa 180 miljoen ton in 2020, waarvan ongeveer de helft uit de wilde visvangst. De andere helft is uit viskweek. 

Want de enige manier om aan die alsmaar groeiende behoefte aan visproducten te voldoen, is door snelle groei van de kweekvissector. Dat is mooi, maar het heeft de druk op wilde visbestanden helaas niet verminderd. Volgens de Wereldvoedselorganisatie FAO is de overbevissing sinds 1970 ieder jaar toegenomen, en wordt inmiddels meer dan een derde van alle visbestanden op aarde overbevist. 

Tegelijk zien we bij de kweekvissector ook verschillende problemen, van de kap van mangroves voor garnalenkweek, tot slechte arbeidsomstandigheden en lokale milieuvervuiling. 

Willen we de wereld op een duurzame manier blijven voeden, dan moeten we deze problemen aanpakken. Overheden moeten daarbij op drie manieren hun rol pakken. 

Zo moeten overheden meer verantwoordelijkheid tonen in het gezamenlijke beheer van visbestanden. Of het nu gaat om het beheer van tonijn in de zuidelijke Pacific of de makreel in de Atlantische oceaan: als landen onderling geen afspraken maken over het verdelen van quota, kan overbevissing niet worden uitgesloten. Van duurzame visserij is dan geen sprake. 

Ten tweede dienen overheden strenger toe te zien op de naleving van wet- en regelgeving, zowel op zee als bij kwekerijen. Er zijn misstanden in de kweek met milieuvervuiling en arbeidsomstandigheden en die moeten de wereld uit. Ook al speelt de problematiek ook elders in de wereld, de Europese Unie zal hierop toch beleid moeten ontwikkelen: veel visproducten worden immers geïmporteerd om aan onze behoeften te voldoen. 

‘De plofkip is een inspirerend voorbeeld. Zo'n standvastige campagne kan ook op de visafdeling’ 

Ook in de wilde vangst kunnen inspecties beter. In Europa zie je dat terug in de onderhandelingen in Brussel over de aanlandingsplicht en het cameratoezicht aan boord van schepen. Na jarenlange bezuinigingen bij de Nederlandse toezichthouder NVWA gaat er meer geld beschikbaar komen om de inspectiecapaciteit te versterken. Laten we hopen dat dit ook echt gebeurt. 

Ten derde kunnen de EU en de lidstaten meer doen om visproducten afkomstig uit overbevissing of ondeugdelijke kweek van de markt te weren. Handhaaf de verplichting om de herkomst van visproducten te vermelden. Help consumenten om het duurzame en verantwoorde aanbod ook gemakkelijk te herkennen door slim samen te werken met bekende keurmerken. Dan kunnen consumenten ook nu al wat doen om verandering teweeg te brengen. 

In die zin is de plofkip een inspirerend voorbeeld. Deze is uit de Nederlandse, en ook steeds meer Belgische, supermarkten verdreven, door een standvastige campagne van ngo’s en consumenten. Dat kan ook op de visafdeling: met onze keuzes kunnen we de sector inspireren te verduurzamen, en het verantwoorde aanbod vergroten. 

 

Dit artikel is op 7 oktober 2021, gepubliceerd door FD, We moeten strenger toezien op de verduurzaming van de visserij (fd.nl)