Na jaren van politieke impasse roept de Marine Stewardship Council (MSC) de regeringen van landen die in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan vissen op om afspraken te maken over de verdeling van quota voor Atlantische makreel, Atlantisch-Scandinavische (AS) haring en blauwe wijting, zodat deze soorten ook in de toekomst beschermd blijven. Omdat kleine pelagische soorten bijzonder gevoelig zijn voor veranderingen in hun omgeving, is internationale samenwerking essentieel nu klimaatgerelateerde gevolgen de mariene rijkdommen onder druk zetten.
Nieuwe gegevens van de Internationale Raad voor het Onderzoek van de Zee (ICES) tonen aan dat de eenzijdig vastgestelde makreelquota ertoe hebben geleid dat de vangsten de wetenschappelijk geadviseerde niveaus de afgelopen tien jaar gemiddeld met 32% overschreden. Hoewel de recentste raming wijst op een lichte verbetering van de biomassa van het makreelbestand, blijft het bestand dicht bij de kritieke grens. Aanhoudende overbevissing kan dit eerste teken van verbetering dan ook ondermijnen en verhinderen dat het bestand zich herstelt tot biologisch veilige niveaus.
De gecombineerde vangsten van AS-haring door alle landen die op dit bestand vissen, liggen de laatste jaren vrijwel in lijn met de aanbevolen totale toegestane vangst (TAC). De biomassa van blauwe wijting is momenteel gezond, maar aanhoudende overbevissing blijft een risico. Het is nu tijd voor actie. Het recente leiderschap vanuit de sector bij besprekingen over toekomstige afspraken voor de verdeling van de bestanden is lovenswaardig, maar dit moet zich tijdens de komende onderhandelingen vertalen in concrete maatregelen van de kuststaten om eindelijk tot een alomvattend akkoord over de verdeling van de bestanden te komen.
Uit een analyse van de recentste ICES-gegevens door MSC blijkt dat de totale gecombineerde overtollige vangst van makreel, AS-haring en blauwe wijting in de afgelopen tien jaar neerkomt op meer dan 7,2 miljoen ton vis die, indien het wetenschappelijk advies was gevolgd, in zee had moeten blijven.
Meer dan ooit moeten landen nu beheersmaatregelen vaststellen en overeenkomen om deze gedeelde rijkdommen te beschermen. Nu de gemiddelde wereldwijde temperatuur van het zeeoppervlak in 2026 recordhoogten bereikt en volgend jaar naar verwachting verder stijgt, is snel handelen noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de visserij in overeenstemming is met het wetenschappelijk advies en wordt beheerd via internationale kaders die zich kunnen aanpassen en bestand zijn tegen een snel veranderend klimaat en een complexe politieke omgeving.
Erin Priddle, regionaal directeur Noord-Europa, zegt: “De urgente druk van de opwarming van de oceaan en overbevissing moet voor de leiders van deze welvarende landen, die over veel gegevens beschikken, een wake-upcall zijn om de politieke impasse achter zich te laten, samen te werken aan quota die in overeenstemming zijn met de wetenschap en eindelijk een langverwacht verdelingsakkoord voor alle drie de kleine pelagische bestanden te bereiken. We zijn verheugd dat de sector hierin leiderschap toont door de afgelopen maanden invloedrijke vertegenwoordigers uit de pelagische sector samen te brengen. Dat is essentieel om alle partijen dichter bij een oplossing te brengen en de duurzaamheid op lange termijn veilig te stellen van deze uiterst belangrijke soorten, die van vitaal belang zijn voor de mariene ecosystemen in het noorden en voor de gemeenschappen die ervan afhankelijk zijn voor voedsel en werkgelegenheid.”